RECENSIE – Zondag 14 september, de Anton Philipszaal in Den Haag is afgeladen vol. In de scene van de Barokmuziek zijn countertenor Philippe Jaroussky en dirigent/alt Nathalie Stutzmann absolute supersterren. Vandaag blijkt weer waarom: het concert is authentiek, gepassioneerd en ongekunsteld. Van het middagvullende programma vol aria’s en duetten uit opera’s van Vivaldi en Händel, inclusief twee welverdiende toegiften heeft niemand spijt gehad.

Opera’s van Vivaldi worden slechts de laatste 20 jaar regelmatiger uitgevoerd. ‘Nieuw’ is het niet, maar allicht verfrissender dan Händel, die al sinds begin 20e eeuw ‘herontdekt’ is. Van laatstgenoemde ligt het bekende materiaal voor de hand, bijvoorbeeld Ombra mai fu (Serse), Cara sposa (Rinaldo) of Dove Sei (Rodelinda). Niets daarvan: de stukken die Jaroussky, Stutzman en orkest Orfeo 55 uit diverse van de 94 opera’s van Vivaldi hebben gekozen, zijn juist beter in evenwicht met het onbekendere materiaal van Händel.

Onder countertenors is de fluweelzachte kwaliteit van Jaroussky’s hoogste register, uitmondend in sublieme pianissimi en virtuoze coloraturen, een uitzondering. Het contrast met Stutzmanns even unieke stem is groot. Die is donker, rond en vol drama. Samen zijn ze de perfecte belichaming van muzikaal contrast, één van de belangrijkste kenmerken van barokmuziek.

Tijdens het concert weet ik nooit wat ik moet denken. Als Stutzman dirigeert, vind ik haar een betere dirigent. Als ze zingt, een betere zangeres. Vaak zie je dat dubbeltalenten één van beide kanten toch sterker ontwikkeld hebben. Zo niet bij Stutzmann, want het wisselen gaat bij haar zó natuurlijk, dat ik mijn bedenkingen na een kwartier kwijt ben. Elke wisseling wordt een feest op zich, elke keer kijk ik uit naar de volgende.

De Michael Jackson en Cher van de oude muziek berijden de coloraturen op een briesend ros genaamd Orfeo 55. De enorme energie waarmee Stutzmann hen dirigeert, is grenzeloos en jaloersmakend. Zelfs als hun zingende dirigent hen de rug toekeert, blijven de musici moeiteloos bij elkaar. Voortdurend zwerft mijn blik gefascineerd over het podium.

Het meest verfrissend is nog wel de ontspannenheid waarmee alle musici het concert gezamenlijk doorlopen, zonder ook maar een seconde nonchalant te worden. Jaroussky speelt eerst op veilig, Stutzmann neemt gelijk meer risico en doet het daarna soms iets rustiger aan. Aan die hartstochtelijke dynamiek kunnen andere clubs nog wel een puntje zuigen.

Kritische noten? Ach, af en toe werd er iets onder de toon gezongen, hadden de eindakkoorden iets vlotter en sprankelender mogen klinken. Maar het ergste was nog wel het einde: het ensemble van baroksupersterren moest al na twee toegiften afzwaaien, zodat het een Thalys kon halen!

Op de hoogte blijven?

Vul je emailadres in om in te schrijven op deze blog en emailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Of deel dit bericht op sociale media: